Back-to-basic in het dorp

Reisupdate 2

Met stralend weer werden we wakker en werd ons een heerlijk ontbijtje aan de buitentafel voorgeschoteld. Vandaag is het voor onze reizigers een spannende dag, want de ontmoeting met de gastgezinnen en hun lokale jongeren komt eraan! Voordat ze zover waren, kregen we eerst nog een taal-/ en cultuurles van Jasper. De taalles die we kregen ging over de taal die in het dorpje wordt gesproken van onze gastgezinnen. Het belangrijkste wat we hebben geleerd is dat je je niet alleen voorstelt met je naam, maar je ook erg veel vragen stelt, zoals: Hoe is het met je vader? Heb je lekker geslapen? Op al deze vragen is er maar een antwoord: Nnaa. Jasper vertelde ons ook van alles over de Ghanese cultuur. Zo vertelde hij dat er in Ghana verschillende religies zijn, zoals het Christendom en de Islam, en dat deze mensen meestal vredig naast elkaar kunnen leven. Ook vertelde hij ons dat veel mensen in Ghana polygaam leven. Mannen hebben soms tot wel 30 vrouwen! Jasper bereidde onze reizigers voor op het leven in het dorpje Fooshegu. Waar moet je naar de wc? Wat zijn de gebruiken? Wat doen de mensen overdag? Na deze nodige voorbereidingen was het dan echt zo ver: de lokale jongeren kwamen naar ons guesthouse om onze reizigers te ontmoeten. De meiden slapen allemaal in tweetallen bij de gastgezinnen en de jongens met zijn drieën. De meiden kregen een meisje als ‘friend’ en de jongens een jongen. Het was in het begin best even wennen, zowel voor onze reizigers als voor de jongeren. De ‘friend’ van Sophie en Lorine was erg verlegen, terwijl die van Carolijn en Claire juist meteen uitbundig was. Met wat kennismakingsspellen met de bal smolt het ijs geleidelijk. Boris werd vanaf nu mister Kok genoemd. Tijdens de lunch werd het nog uitbundiger en zongen we met zijn allen Nederlandse liedjes met de Ghanese jongeren.

Na de lunch kregen de reizigers samen met hun lokale jongeren de opdracht om het avondeten te gaan verzamelen op de markt. Met een boodschappenlijst en een envelop met geld gingen we de markt op. Hier geloofden we soms onze ogen niet. Afrikaanse vrouwen liepen met emmers, tassen of zelfs hele koelboxen op hun hoofd over de markt. Het groepje van de jongens had zelfs een draagster ingehuurd, een vrouw die de gekochte spullen op haar hoofd kon dragen. Toen de boodschappen eenmaal verzameld waren, wilden Sophie en Lorine ook even uitproberen hoe het was om met een tas op je hoofd over straat te lopen. Ze kwamen er al snel achter dat het veel moeilijker en zwaarder is dan dat het eruit ziet. 

Nu was het echt zo ver: we vertrokken naar de gastgezinnen. De auto’s moesten in bochten rijden om de geiten op de weg te ontwijken. Geiten worden hier ook wel de ‘rulers of the road’ genoemd. Al toeter je nog zo hard, ze verroeren zich geen stap. Eenmaal aangekomen in het dorpje Fooshegu zagen we overal lemen hutjes met rieten daken. Een familie heeft niet één, maar meerdere hutjes. Zo is een hut de ontvangstkamer, een slaapkamer voor de vader, moeder(s), oma, kinderen en ook een keuken. Terwijl we in het dorp rondliepen hingen er meteen tientallen kinderen aan onze armen. Ze waren zo blij ons te zien! Ze wilden allemaal onze handen vasthouden, zo hadden onze reizigers allemaal wel 5 kinderen aan hun handen hangen. Met alle kinderen aan onze armen volgden we de lokale jongeren naar de watertank. Er moest water gehaald worden, zodat onze reizigers vanavond nog konden douchen! Noor sprong al gauw bovenop de tank en schepte de ene naar de andere emmer water. Tijn kwam er tot zijn vreugde achter dat er stopcontacten waren bij zijn gastgezin: nu kon hij de waterkoker die hij uit Nederland had meegenomen ook echt gebruiken. Het diner aten we gezamenlijk bij één van de families uit het dorp. Er stond pindasoep met rijstballen op het menu. Dat viel best in de smaak, dus misschien thuis ook maar eens maken!

Na een dag vol ontmoetingen gaan de reizigers lekker naar hun huisje, naar bed! 

Ebore bog a nyi (welterusten!)