CASSAVE IN DE MAAK

Reisupdate 5

Terwijl Aniek en Sarah nog van de nachtrust aan het genieten waren, ging de rest van de groep vanochtend vroeg de boot op om met de oud-kapitein een visnet uit te leggen. Al roeiend werd het honderden meters lange visnet in het water gelegd, en in de tussentijd zagen we de zon opkomen. Na het visnet uitgelegd te hebben gingen we weer aan wal om te ontbijten, zoals de vissers hier ook doen. Na een uurtje was het vloed geworden en konden we de vangst uit het net gaan halen. Isa, Vera en Lume hebben geholpen het net uit het water te trekken. Isa en Sarah H haalden helaas alleen maar takken naar binnen en kregen al gauw de bijnaam ‘takkewijven’ (dat was natuurlijk wel lief bedoeld). Even waren we bang dat we geen enkele vis zouden vangen, maar toen hadden we er ineens één! En nog één, en nog één! 6 in totaal, waarvan 4 grote meervallen. De vissen werden ‘hup’ de boot in gegooid bij onze voeten. Er stroomde langzaam wat water in de boot, waarop Lume riep: ‘O nee, de vissen verdrinken!’. Met onze vangst voeren we weer terug naar de steiger, met Siebe aan het stuur die de boot netjes inparkeerde. Sanne heeft 2 vissen mee naar haar gastgezin genomen als verrassing. Die hebben ze meteen schoongemaakt, dus dat wordt een lekkere maaltijd.

De cassave die we gisteren met de jongeren uit het dorp getrokken hadden, moest natuurlijk nog verwerkt worden. Van cassave wordt soep, brood, teloh en cassavebier gemaakt. 50 kilo cassave verkopen de bewoners voor 100 Surinaamse dollars door aan handelaren (12 euro). Vervolgens wordt het voor veel meer geld doorverkocht. Niet echt fair-trade dus! Een gedeelte van de cassave gebruiken de bewoners om zelf cassavebrood en soep van te maken voor het hele dorp. We kregen van een lokale mevrouw een demonstratie hoe cassave eerst geschild, vervolgens gewassen, geraspt en geperst moest worden. Door met z’n allen onze handen uit onze mouwen te steken, maakte vele handen licht werk. Siebe schaafde zijn vinger bij het raspen, Isa heeft de cassave in de trechter gestopt en Sarah ging aan de trechter hangen om het sap eruit te laten stromen. Na een tijdje werd het toch wel zwaar.

Verderop in het dorp gingen we even langs bij een man die liet zien hoe je spullen uit de jungle kan vlechten. Hij maakte er manden, waaiers en bezems van. Het vlechten van één mand kost hem ongeveer een week. Super knap om te zien wat hij allemaal kon maken met spullen uit de jungle. Daarna gingen we ook even langs bij de traditionele genezer van het dorp. Hij had voor Sanne een wondermiddeltje gemaakt om haar eczeem te verlichten. ‘Hoe is dit gemaakt dan?’ Dat was geheim. Hier zijn ze nogal voorzichtig met het uitleggen van traditionele geneesmiddelen, omdat ze niet willen dat het verkeerd gebruikt wordt. Dus als het goed werkt moet ze nog maar een keertje terug naar Kalebaskreek! De laatste stop van ons rondje langs het dorp was een sieradenmaakster. Aniek heeft hier zowat haar hele carnevalsoutfit bij elkaar geshopt (ze gaat als Surinaamse vrouw). Jullie kunnen alvast uitkijken naar wat souvenirs!

Ze beginnen inmiddels al echt te integreren bij de gastgezinnen. Sanne heeft de tuin geharkt, Lume heeft de was van de meiden gedaan en Vera pakt elk moment wat ze heeft om met de kinderen uit het dorp te voetballen en spleen. Lume dacht het water halen inmiddels wel onder de knie te hebben, maar dit keer liet hij per ongeluk de emmer met touw en al in de put vallen. Oeps! ‘Nu moet je in de put springen om het eruit te pakken’, zei de gastmoeder. Gelukkig was dit een grapje en kon hij de emmer met een lange tak uit de put vissen.

Nu is de groep druk bezig met het voorbereiden van de bonte avond met hun gastgezinnen. Aniek leeft hier al heel de week naar uit en we hebben gehoord dat Siebe en Lume samen met hun gastmoeder gaan dansen, dus we zijn heel benieuwd!