Srib switi

Reisupdate 2

Het avondeten was goed bevallen, lekker roti met je handen eten. Aniek was toch eigenwijs en bleef het netjes met mes en vork eten. We hadden zoveel gegeten, dat we eigenlijk geen plek meer hadden voor ons toetje: gebakken banaan. Voor Vera was dit geen probleem, die bleef gewoon lekker dooreten. Sarah, Vera en Sarah H plonsden nog even in het ‘zwembad’, waardoor er een vloedgolf aan water op het terras stroomde.

Na een heerlijk lang nachtje was het tijd om naar de jungle te gaan. We hebben een paar tussenstops gemaakt, waaronder een wc-bezoekje van de chauffeur. Hij stopte bij de politie en Roberto ging even een praatje maken met de politieagenten over de verkeerssituatie. Er staan vaak geen snelheidsborden op de weg, maar toch staan ze te flitsen. Het antwoord van de politie was: ‘die moeten nog komen’. We zijn ook even gestopt bij de middelbare (technische) school waar kinderen uit Kalebaskreek heen gaan. Ze moeten hiervoor een uur met de boot en nog een halfuur met de bus, en dat elke dag.

In Boskamp zijn we op de boot gegaan met een Javaans lunchpakketje. Met z’n 11en in de boot en al onze bagage was misschien wel wat knus. We moesten halverwege ook even stoppen om het water uit de boot te scheppen. Kirsten kreeg namelijk natte voeten, maar dit had ze niet door. Gelukkig wees Aniek haar hierop. Na een uurtje varen, kwamen we aan in Kalebaskreek, een dorpje in de jungle met 189 inwoners. Sarah H’s reactie was direct: ‘wat een mooie omgeving zeg’, waarop Siebe zei: ‘dat is toch gewoon gras’. Een aantal kinderen, honden en het dorpshoofd stonden ons al op te wachten. Het dorpshoofd, de kapitein, is de eerste vrouwelijke kapitein van Suriname. Normaal gesproken zijn het allemaal mannen met deze functie. We hebben onze spullen gedropt bij de gastgezinnen en zagen meteen hoe één van de gastouders cassavebrood aan het bakken was en bij het andere gezin lagen ze lekker te chillen in de hangmat. Een papegaai liep rustig rond op het erf waardoor Siebe zelfs bijna op hem ging staan. Wat een belevenis om hier in de jungle te zijn. Ze zijn zo gastvrij en behulpzaam, daar kunnen we stiekem nog wat van leren.

Aan het einde van de middag heeft Roberto ons wat Surinaamse woordjes geleerd. Sanne wist al wat straattaal woordjes, waardoor er gelijk een leuke discussie ontstond. Veel Surinamers kennen namelijk de schrijftaal niet, maar alleen de straattaal. Ze leren namelijk op school alleen Nederlands en geen Surinaams. We kunnen nu allemaal tot 10 tellen en elkaar welterusten wensen.

Dus: srib’ switi (slaap lekker)!