Op Safari!

Reisupdate 7

Onze laatste dag in Tanzania! Deze dag begon dus extra vroeg zodat deze ook nog eens éxtra lang zou duren! Gisteren hadden we allemaal (warm!) gedoucht en de bedden lagen ook heerlijk! De wekker stond om 06.30 en iedereen zat inderdaad netjes aan het ontbijt om 07.00! We hadden een ontbijtbuffet waar sinaasappeltjes lagen, pap werd geserveerd, een soort van bami, donutjes, aardappels met een soort van zigeunersaus en te toasten witbrood. Dit ontbijtje smaakte ons goed! We zijn blijkbaar nog een beetje in het ritme van gisteren blijven hangen want wij stonden stiekem net iets na 08.00 buiten… Maar wie stonden daar wel al: de gidsen/chauffeurs van de safari van vandaag met hun twee 4x4-jeeps! Ze vroeg ons letterlijk ‘hebben jullie lekker geslapen?’ en grapten dat ze geleerd hebben dat Nederlanders niet houden van pole pole maar van raka raka (snel snel). De manier waarop ze ons Nederlanders een beetje belachelijk maakten, doet ons een beetje denken aan een specifiek liedje van Herman van Veen… Afijn, we verdeelden ons over de twee jeeps: Frédérique, Ruth, Pien, Marloes en Isabelle in de ene (de ‘meisjes’-jeep waarin de stoelen een pantermotiefje hadden) en Rinse, Bram, Jesse en Tessel in de andere.

We reden anderhalf uur door weer een nieuw soort van landschap. Dit was veel meer een soort van savanne-landschap. De gids in de jeep van de mannen vertelde dat we door Masai-gebied reden maar dat de Masai meer en meer van hun land verkopen aan mensen uit Arusha omdat Arusha aan het uitbreiden is en dat daarmee de Masai-people dichter en dichter op elkaar komen te wonen en meer en meer in de verdrukking komen. Ook vertelde hij dat de overheid wel een aantal dingen doet om de leefstijl van de Masai te beschermen. De Masai zijn in feite een nomadenvolk dat met de kuddes (geiten, koeien, schapen, ezels) van leefbare plek naar leefbare plek trekt. Maar omdat water in deze gebieden schaars is, heeft de regering dammen geplaatst zodat er een soort van meren ontstaan. We zagen dan ook veel Masai lopen en de kuddes hoeden en kleine settlements van lemen hutjes met strodaken. De gidsen vertelden dat ook in Tanzania ze ‘last hebben’ van de Chinezen (net zoals in meerdere landen). In Tanzania specifiek betreft het met name het bouwen van hoge gebouwen (bankgebouwen en hotels bijvoorbeeld) en de wegen. Ze kunnen deze heel goed maken maar concurreren daarmee de lokale aannemers weg en betalen de Tanzanianen die ze aannemen een hongerloon. We herinnerden ons dat we gisteren tussen Kilimanjaro Airport en Arusha inderdaad wegwerkzaamheden waren tegengekomen en daar inderdaad een Aziatische meneer met een rol papier onder zijn arm en met een helm op druk stond te gebaren en te doen.

Na anderhalf uur het landschap aan ons voorbij te hebben laten trekken, namen we de afslag naar Tarangire National Park. Hier zagen we langs de weg veel souvenirwinkels en stopten we bij een hele grote souvenirshop waar we alle soorten Masai-crafts konden vinden die we maar voor konden stellen. Onderweg naar de officiële ‘gate’ van het park zagen we jonge Masai die helemaal zwart geverfd waren met rondom hun ogen een soort van wit masker getekend. Ze droegen tevens zwarte doeken (in plaats van de mooie rood-geblokte doeken). Canel (uit te spreken zoals het Nederlandse ‘kaneel’ zoals hij zelf zei) zei dat deze jongens bezig waren man te worden (met hun ‘rite de passage’). Deze jongens (rond de leeftijd van 12 jaar oud) waren namelijk pas geleden besneden (zonder verdoving, door de plaatselijke medicijnman). Twee maanden lang krijgen die jongens dan vervolgens training in het ‘man-zijn’ en mogen daarna hun zwarte kledij ruilen voor de rode doeken van de mannen. Super interessant! De mannen trokken echter een pijnlijk gezicht. Maar van wat hij daarna vertelde, schrokken we eigenlijk (nog) meer. Vrouwenbesnijdenis is namelijk ook (nog) een veelvoorkomend ritueel binnen de Masai-gemeenschap. Zowel binnenste, buitenste labia als wel de clitoris worden daarbij weggesneden, tevens op traditionele wijze. Bevallingen binnen de Masai-gemeenschap verlopen daardoor regelmatig problematisch en eindigen eveneens vaak zo.. Echter, vrouwenbesnijdenis is officieel verboden in Tanzania. Op overtreding daarvan riskeren de ouders een fikse boete. Om dit vervolgens te ontwijken worden deze meisjes daarom één maand lang binnen in afzondering gehouden.

Bij de poorten van het park aangekomen stonden er al zo’n 30 jeeps te wachten op goedkeuring het park binnen te mogen rijden. Alle chauffeurs stonden bij een kantoortje het papierwerk in orde te maken en dat moesten die van ons dus ook doen. Zodra dat allemaal geregeld was (ze drongen aan op het zien van onze paspoorten, later bleek waarom: 16-‘ers zijn veel goedkoper dan de 16+’ers) konden we het park in! Tarangire Park staat bekend als ‘het huis van de olifant’ (tembo in het Swahili). Binnen de eerste 20 minuten dat we het park in waren hadden we al een kudde impala’s, stokstaartjes, bavianen met baby’s, giraffen (twiga in Swahili) met baby’s en onze eerste olifanten gezien. De olifanten waren 4 mannetjes (laten we het erop houden dat we zeker weten dat het geen wijfjes waren) die zelfs de weg overstaken! We hebben daar dan ook veel en prachtige foto’s van! We reden door en hadden het gevoel alsof we door De Leeuwenkoning reden! Prachtige vergezichten werden afgewisseld met heuvels, maar alles even groen en prachtig! In een bepaalde bocht kwam de mannen-jeep vast te zitten in de modder! Zelfs de 4x4-aandrijving haalde hier niks uit. Alle vier de wielen draaiden dol in de modder en de hele jeep zat helemaal onder. De jeeps hebben (raar genoeg) geen lieren en de meiden-jeep kwam voor ons staan (door door het hoge gras te rijden wat ik eigenlijk verboden is) en duwde ons met de reservebanden die aan de achterkant van de jeep bevestigd waren uit de modder. Canel reed vervolgens precies door dezelfde greppel en weer moesten de meiden te hulp schieten… Nu konden we dan weer verder en zagen vele vele olifanten (met kleine baby-olifanten), struisvogels, impala’s, gieren, apen (welk soort weten we niet precies, iets met blue-ball-monkeys…), wrattenzwijnen en allerlei soorten kleurrijke vogels.

Na een aantal uren over de savanne te hebben gereden (met open dak trouwens!), kwamen we aan bij de picnic-site. Hier stopten alle jeeps die door het park reden voor lunch die verzorgd werd door de gidsen/chauffeurs. Wij hadden goedgevulde kartonnen dozen met kip, cake, pannenkoek, ei, etctera. Rustig je eten opeten was er echter niet bij. Eerst poepte een aap namelijk in het eten van Marloes (en maakte de rest van ons misselijk met de geur) en heeft een andere aap een stuk van de brownie van Jesse gejat. Jesse heeft deze aap vervolgens een mep verkocht en ervoor gezorgd dat hij zelf van de rest van zijn lunch kon genieten. We reden hierna nog een heel stuk en waren eigenlijk nog op zoek naar zebra’s (pundamilia in het Swahili. Punda is ezel en milia is gestreept), gnoes en leeuwen (simba in het Swahili). Maar we kwamen weer een modderweg tegen waar ineens ook allemaal steekvliegen waren! Tientallen horzel-achtige beesten zaten in en rond de jeeps en beten ons waar ze maar konden. Deze steken (in tegenstelling tot die van een mug) doen behoorlijk pijn en kunnen daarna ook nog eens goed gaan jeuken. We waren dus een tijdje meer bezig met die beesten van onszelf en elkaar te meppen dan te kijken naar het prachtige landschap. We hebben vooral heel erg veel olifanten gezien. Sommigen waren aan het eten, spelen in de modder, namen een bad, gooiden met zand of dronken water. Toen we weer onderweg waren naar de poorten van het park kwamen we een kudde olifanten tegen van zo’n honderd olifanten die in een prachtige stoet door het landschap trokken. Al met al hebben we een aantal honderd van deze gigantische dieren gezien!

Buiten het park hebben we nog een aantal Masai-souvenirshops bezocht en daarna toch maar weer naar Arusha gegaan. Iedereen was bekaf van de opwinding, de indrukken en de zon en de buitenlucht. In stilte reden we weer terug naar Arusha en zagen we de Masai met hun kuddes terug trekken naar hun hutten, een prachtig (en) kleurrijk gezicht. In het hostel bestelden we meteen eten en gingen daarna lekker douchen. Zoals wel vaker de afgelopen dagen is gebeurd, viel ineens het licht uit! Gebouwen in de buurt sprongen meteen over op de noodgenerator (veelal eentje die op diesel draait), maar er bleek wat mis te zijn met die van ons. Nu is het misschien goed om te vertellen dat Isabelle en Tessel al vaker zijn uitgelachen om de hoofdlampen die zij mee hebben (en om de zingende stropdassen maar dat is nog enigszins begrijpelijk). Nu moet echter misschien toch toegegeven worden dat deze hoofdlampen toch al behoorlijk nuttig zijn geweest…

Na het eten was het weer tijd voor wat relaxen en het mentaal voorbereiden op de terugreis! Die begint namelijk morgen toch echt! Maar eerst morgen naar de watervallen!