Wijze lessen

Reisupdate 3

De tocht naar onze gastgezinnen was gisteren nog een heel avontuur! Tarakea ligt (net zoals veel Tanzaniaanse dorpen) aan een geasfalteerde hoofdstraat waarna er allerlei aftakkingen zijn verder het dorp in maar deze zijn dus onverhard en vol met gaten en bobbels. We waren in twee groepen gesplist want twee gastgezinnen/ondernemers woonden wat dichter bij elkaar dan het andere gezin. Rinse, Jesse en Bram zouden bij Irene slapen en Pien en Marloes zouden bij één van de Beatrices slapen en samen met Rasta, Glory, Irene en de Beatrice ‘van’ Pien en Marloes gingen we eerst naar het huis van de jongens. Zij werden ontvangen door de vader van Irene die 10 jaar gids op de Kilimanjaro is geweest. De jongens hebben een eigen klein gebouwtje met daarin twee grote bedden. Het huisje en het huisje van de familie van Irene staat midden in de bananenplantage van de familie dus het was een hele uitdaging voor Rasta (onder luid geschal van reggae-muziek uiteraard) om de dala dala netjes tussen alle bananenbomen te manoeuvreren. De heren waren zeer uitgelaten en content over hun tijdelijke Tanzaniaanse huis en we gingen door naar het huis van Pien en Marloes. Rasta weigerde zijn dala dala verder te rijden door de enorme kuilen naar het huis van Beatrice dus de laatste 50 meter moesten we lopen. Rasta droeg wel de koffers van Pien en Marloes door de modder. Beatrice heeft een klein binnenplaatsje waaromheen een aantal gebouwtjes staan: de wc, een aantal losse slaapkamers en het ‘hoofd’-huis. Na ook hier geïnspecteerd te hebben of de klamboe en het bed aanwezig waren, konden we ook hier weer weg! Bij Ruth en Frédérique, die bij de andere Beatrice sliepen, bleek geen elektriciteit te zijn maar gelukkig had Frédérique een Wakka-Wakka mee waardoor Isabelle en Nickson toch ook hier konden inspecteren of het allemaal snor zat. 

Wakker worden in een Tanzaniaans huishouden zorgt voor andere problemen dan in Nederland. Ineens is niet meer de wekker het vervelende geluid dat je wekt maar zijn het een paar hanen die een wedstijdje wie-kan-het-hards-kukelen doen, baby’s die aan het huilen zijn, bananen die gepeld moeten worden of honden die blaffen. Dit alles zorgt er zomaar voordat je toch op tijd naast je bed staat. Of dat er toch een paar spinnen op het toilet bleken te zitten…

Toen iedereen opgehaald was of met gastouder naar het guesthouse was gelopen, werd daar het ontbijt geserveerd: pannenkoeken en eieren. Heerlijk! Een aantal, vooral de mannen, had een kleinere maag dan ze zelf dachten. Het zijn niet de bekende Nederlandse pannenkoeken, maar pannenkoeken van een ander, machtiger type meel waardoor je na 1 pannenkoek goed vol zit. De ontbijtgesprekken gingen uiteraard over de eerste nacht. Zo bleek het handig tips uit te wisselen hoe je het beste zonder te spetteren kan plassen op een hurk-wc.

’s Morgens hoorden we van Gilbert dat we waren uitgenodigd om in Mkuu (een half uur rijden van Tarakea) langs te komen bij de hoogste district-officer van onze kant van de Kilimanjaro. Gilbert is daar één van de werknemers (en regelt alles rondom educatie en sport) en de hoogste baas (die er net een maand werkte) had van ons gehoord en ons uitgenodigd. We werden ontvangen in een heel plechtig kantoor met een enorm grote vergadertafel aan zijn bureau vast. Deze meneer (Gilbert is helaas ook even zijn precieze naam vergeten…) heeft al die tijd achter zijn bureau gezeten en vertelde ons dat er in zijn district 220.000 mensen wonen en dat het disctrict-office eigenlijk alles hier regelt. Verder hebben we het gehad over het doel van onze reis en over de verschillen tussen Afrika en Nederland. Hij besloot zijn verhaal met iets van de volgende strekking: niet iedereen in de wereld mag dan evenveel bezitten. In Westerse ogen mogen wij wellicht minder hebben dan jullie maar dat is niet waar het in essentie om gaat. Het gaat er niet om wat ik niet heb maar het gaat erom wat ik wel heb en dat ik kan leren om datgene dat ik wel heb te gebruiken. Praat liever niet in termen van armoede maar in termen van kansen die gegrepen kunnen worden.

Terug in Tarakea hebben we een dorpswandeling gemaakt onder leiding van Nickson. We gingen langs de Tarakea River waar heel veel mensen de was aan het doen waren. Binnen no-time hadden we een schare ‘fans’ van zo’n 20-25 jongetjes die ons volgden en waar we mee op de foto zijn geweest. We konden geen stap zetten in Tarakea zonder het woord ‘Mzungu’ (‘blanke’) te horen. We kwamen langs de kerk, de school en een groot gedeelte van het dorp.

Na te hebben geluncht in het guesthouse kwamen er drie ondernemers van Stichting Sengerema naar ons toe om hun ‘pitch’ te houden. Neema, Pius en Beatrice pitchten hun ondernemingen bij ons en elk van ons mocht hierna kiezen bij wie we de rest van de middag wilden doorbrengen. Frédérique, Rinse, Marloes en Isabelle kozen ervoor om bij Neema te gaan kijken naar haar kippenboederij. Hier zagen ze twee typen kippen: vleeskippen en broedkippen. Jesse en Bram gingen met Pius en Nickson naar Mkuu waar Pius zijn eigen meubelmakerij heeft. Ze hebben hier zelf van hardhout een kruk gemaakt terwijl zij ook hier weer gadegeslagen werden door een groep Tanzaniaanse jongeren. Ruth, Pien en Tessel gingen naar het winkeltje van Beatrice. Zij verkoopt huishoudartikelen maar haar winkeltje is ook een soort van copyshop. Daarnaast fungeert het als een soort van ‘internetbankieren’: mensen kunnen via telefoons geld storten naar mensen die ze kennen of geld op komen halen. Bij een gebrek aan een bankrekening dus superhandig! Hier leerden we ook een beetje Swahili en hebben we aantal kinderen Nederlands geleerd hetgeen ze behoorlijk goed afging!

Weer terug in het guesthouse speelden we het spelletje ‘Saboteur’. Ineens viel al het licht uit en zat dus een deel van Tarakea zonder stroom. Geen probleem, we hadden de zaklampen bij de hand en konden ons spelletje gewoon voorzetten totdat de noodgenerator aan was gezet. Vandaag gingen we allemaal wat vroeger naar de gastgezinnen toe om hier ook nog een soort van avondje te hebben. Want morgen weer een goedgevulde dag voor de boeg.